FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
Stel je vraag via het online webformulier
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Energie
Energieobservatorium
North Gate III
Albert II laan 16
1000 Brussel
Tel.: 02 277 81 80
Fax: 02 277 52 01
De Minister(s) die Economie en Energie onder hun bevoegdheid hebben en anderzijds de Belgische Petroleum Federatie (BPF1) hebben een overeenkomst (programma-overeenkomst) afgesloten teneinde de maximumprijzen van de meeste aardolieproducten en de manier waarop deze prijzen kunnen wijzigen in de toekomst vast te leggen.
De programma-overeenkomst (hierna “PO”) bestaat enerzijds uit de hoofdovereenkomst die het algemeen kader schets waarbinnen de maximumprijzen dienen bepaald te worden. De PO werd een laatste keer aangepast in 2006 en heeft een looptijd van drie jaar die stilzwijgend kan worden verlengd voor opnieuw drie jaar. De PO is op elk ogenblik door elke partij op te zeggen mits een vooropzeg van 12 maanden vanaf de datum van opzegging.
Anderzijds is er de “Technische bijlage2” bij de PO waarin de prijsformules zijn gedefinieerd op basis waarvan de maximumprijs voor de belangrijkste aardolieproducten wordt bepaald.
De eerste PO dateert van 1974 en dit tengevolge de eerste oliecrisis van begin de jaren ’70.
Door de olieschaarste kwam de bevoorrading van het land in gevaar tengevolge de trage aanpassing van de maximumprijzen van de aardolieproducten. Aanpassingen van deze prijzen dienden in die tijd door de Prijzencommissie goedgekeurd te worden. Op die manier ontstond er een discrepantie tussen enerzijds de olienoteringen op de internationale markten (= maatstaf voor de aankoopprijs van aardolieproducten) en de maximum verkoopprijzen waartegen de producten konden verkocht worden op de Belgische markt.
In 1974 is dan de eerste PO afgesloten teneinde een mechanisme te ontwikkelen waardoor de maximum verkoopprijzen zich sneller aanpassen aan de evolutie van de oliemarkten.
De PO bepaalt de maximumprijzen voor de meest courante aardolieproducten waarboven deze producten niet mogen worden verkocht.
Het basisprincipe is dat elke relevante kost die in de totale bevoorradingsketen tot stand komt, in rekening gebracht wordt in de prijsstructuur.
De prijsstructuur en de mate waarin de maximumprijs “automatisch” kan wijzigen zijn zodanig gedefinieerd dat de normale bevoorrading van aardolieproducten in België gewaarborgd is.
De PO is van toepassing op de verkoop aan de eindgebruiker, m.a.w. tussen aardoliemaatschappijen geldt er geen maximumprijs (deze prijzen worden er natuurlijk wel door beïnvloed).
De PO bepaalt de maximumprijs voor de volgende aardolieproducten:
- Benzineproducten (95 en 98 RON (octaangehalte), 10ppm (zwavelgehalte));
- Gasolie diesel (10ppm)
- Gasolie verwarming (1000ppm) en gasolie verwarming EXTRA (50ppm);
- Lampetroleum (type A, B en C);
- Propaan in flessen en in bulk;
- Butaan in flessen; LPG (autogas); Stookolie (1% zwavel).
Voor de producten gasolie verwarming (EXTRA), lamppetroleum C en propaan in bulk bestaat er een maximumprijs voor leveringen vanaf 2000 liter en voor leveringen beneden 2000 liter.
Voor de producten gasolie verwarming (EXTRA) en lamppetroleum C bestaat er bovendien ook een afzonderlijke maximumprijs indien deze producten verkocht worden via een benzinestation.
Het is de FOD Economie die dagelijks de prijsberekening uitvoert en hierover communiceert via de website, mail en fax. Elkeen kan zich aanmelden bij de FOD Economie en kosteloos deze communicatie ontvangen.
In de eerste plaats wordt de dagprijs berekend van het product op basis van de basisparameters en de productgebonden parameters.
- Notering van het afgewerkt product op de nationale markten (Rotterdam); dit is de prijs van het product bij uitgang van de raffinaderij. Als basisnoteringen worden de gegevens van Argus Media Ltd. (PDF, 5.06 Kb) (www.argusmedia.com) gebruikt en dit op basis van een contract met de Federale Overheid dat in december 2009 werd afgesloten.
- Dollar/euro-koers; noteringen worden gepubliceerd in dollar en dienen omgezet te worden in euro.
- Transportkosten (traject Rotterdam-Antwerpen); de toevoer van de Belgische raffinaderijen gebeurt nog steeds hoofdzakelijk via Rotterdam.
- Verzekeringen en verliezen.
Daarnaast wordt naargelang het product nog rekening gehouden met:
- Distributiemarge: de distributiemarge dekt de operationele kosten die verbonden zijn aan de distributie en logistiek om het product van de raffinaderij tot bij de eindgebruiker te brengen. De distributiemarges worden 2x per jaar geïndexeerd, nl. op 1/4 en 1/10.
- Gasolie verwarming (EXTRA) en lamppetroleum: kost van de Euromarker (Yellow 124);
- Benzines en diesel: kost voor het bijmengen van biobrandstoffen in de fossiele brandstoffen.
Aan de dagprijs worden vervolgens de wettelijke lasten toegevoegd:
- de bijdrage voor de financiering van het aanhouden van de strategische olievoorraden (geldt voor alle producten behalve de vloeibare petroleumgassen). Deze bijdrage wordt 4x per jaar geïndexeerd (1/4-1/7-1/10-1/1);
- de bijdrage voor het Fonds BOFAS (Bodemsanering benzinestations) voor wat betreft de producten benzine en diesel;
- de bijdrage voor het Sociaal Verwarmingsfonds Stookolie, propaan in bulk en lamppetroleum C voor de verwarmingsproducten (gasolie verwarming (EXTRA), lamppetroleum en propaan in bulk);
- de totale accijnsrechten (naargelang het product zijn volgende accijnsrechten van toepassing: de accijns, de bijzondere accijns, de controleretributie en de energiebijdrage);
- de BTW (voor alle producten geldt een BTW-tarief van 21%).
Het is belangrijk te benadrukken dat de periode tijdens dewelke de maximumprijs van kracht is, variabel is.
Het mechanisme dat bepaalt wanneer het maximumtarief dient te veranderen, is gekoppeld aan de schommelingen van de noteringen over een periode van de laatste zeven dagen.
Zo is het mogelijk dat het maximum tarief van een bepaald product tweemaal in dezelfde week verandert of niet verandert tijdens twee weken.
De maximumprijzen zijn niet noodzakelijk de finale verkoopprijs die de eindgebruiker betaalt. Vaak hanteren verkopers van aardolieproducten een korting ten opzichte van het maximumtarief. Het is zelfs verplicht om de toegepaste korting te afficheren ten opzichte van de maximumprijs.
De Belgische Petroleum Federatie (BPF) is de officiële woordvoerder van de voornaamste petroleummaatschappijen die actief zijn in de raffinage en de distributie in België. Ze vertegenwoordigt 12 leden waarvan 4 raffinaderijen, 7 ondernemingen actief in de distributie van petroleumproducten, en één stockagebedrijf. Op deze manier dekt de BPF 100 % van de raffinagecapaciteit en bijna 80 % van de verkoop van brandstoffen in België. ( www.petrolfed.be ).
Deze technische bijlage kan op elk moment worden aangepast via een zogenaamd “avenant” als beide partijen akkoord zijn. Daarmee kan snel ingespeeld worden op gewijzigde productspecificaties of wijzigingen van andere parameters.