Federale bijdrage

De wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt onderscheidt de eigenlijke “federale bijdrage” (art. 21bis) van de “federale bijdrage die strekt tot de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten als gevolg van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt” (art. 22bis).

Eigenlijke federale bijdrage

Er wordt een “federale bijdrage” geheven bij de eindafnemers ter financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en de controle op de elektriciteitsmarkt.

De federale bijdrage is verschuldigd door de eindafnemers op elke kWh die zij van het net afnemen voor eigen gebruik. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt, bepaalt dat de federale bijdrage wordt geheven in de vorm van een toeslag op de kWh die per verbruikslocatie van het lokale of gewestelijke transmissie- of distributienet afgenomen wordt door de eindafnemers. De leveranciers worden belast met de inning ervan.

Bestemming

  • de financiering van de verplichtingen die voortvloeien uit de denuclearisatie van de nucleaire sites BP1 en BP2 te Mol-Dessel, alsook uit de behandeling, de conditionering, de opslag en de berging van het geaccumuleerd radioactief afval, met inbegrip van het radioactief afval afkomstig van de denuclearisatie van de installaties, ten gevolge van de nucleaire activiteiten op genoemde sites.

Hiervoor betaalt de elektriciteitssector 55 miljoen euro per jaar. De CREG stort dit bedrag door aan de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen (NIRAS) om deze in staat te stellen haar denuclearisatieopdracht te vervullen.

  • de gedeeltelijke financiering van de werkingskosten van de CREG.

Een koninklijk besluit stelt elk jaar de dekking van de totale werkingskosten van de CREG vast.

  • de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen over de begeleiding en financiële maatschappelijke steunverlening inzake energie.

Aan de hand van de informatie meegedeeld door de POD Maatschappelijke Integratie, herverdeelt de CREG het jaarlijks geïndexeerde bedrag van de opbrengst van het betreffende deel van de federale bijdrage onder de OCMW’s.

  • de financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen met het oog op de naleving van de internationale verbintenissen van België inzake bescherming van het leefmilieu en duurzame ontwikkeling.

Een deel ervan (2.300.000 euro) wordt jaarlijks gestort aan het organiek budgettair fonds van de FOD Leefmilieu voor de financiering van het federale beleid ter vermindering van de emissies van broeikasgassen.

Een ander deel (60.000.000 euro) werd in het bijzonder toegewezen aan het Kyotofonds Joint Implementation/Clean Development Mechanism (JI/CDM) om projecten te financieren met het oog op de vermindering van de emissies van broeikasgassen in het buitenland, met de bedoeling België in staat te stellen om aan de doelstellingen van het Kyotoprotocol te voldoen.

  • de financiering van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan beschermde residentiële klanten.

Een koninklijk besluit stelt jaarlijks de opbrengst van het betreffende deel van de federale bijdrage vast. De CREG stort deze opbrengst door naar de elektriciteitsbedrijven die beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie bevoorraad hebben tegen sociale maximumprijzen (de zogeheten ‘sociale tarieven’).

  • de financiering van de studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading.

Federale bijdrage tot compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten:

Overeenkomstig artikel 22bis van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, wordt de federale bijdrage geïnd door de distributienetbeheerders die ze, onder de vorm van een toeslag op de tarieven voor de aansluiting van het betrokken distributienet toegepast op de belastingplichtigen in functie van het afnamepunt, doorrekenen aan hun klanten, die ze op hun beurt kunnen factureren aan hun klanten totdat de toeslag uiteindelijk gefactureerd wordt aan degene die de MWh voor eigen gebruik verbruikt heeft.

Tot 31 december 2007 betaalden de elektriciteitsafnemers die waren aangesloten op het distributienet van het Vlaamse Gewest deze bijdrage. Sinds 1 januari 2008 werden zij ook vrijgesteld van deze federale bijdrage (besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2007).

Overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 23 december 2004, de ordonnantie van 14 december 2006 (art. 66) en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 juni 2008 zijn de Waalse en Brusselse eindafnemers deze federale bijdrage nooit verschuldigd geweest.

Bestemming

De opbrengst van deze federale bijdrage is bestemd voor de gemeenten van het Vlaamse Gewest. De CREG is belast, via een bijzonder fonds, met het beheer en de storting van deze opbrengst aan de gemeenten.

Wetgeving

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Vanuit het buitenland: +32 800 120 33

Fax (gratis nr.): 0800 120 57
Vanuit het buitenland: +32 800 120 57

Stel je vraag via het online webformulier

Volg de FOD Economie

FacebookExterne linkTwitterExterne link