Skip navigation

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
E-mail: info.eco@economie.fgov.be

Prospectieve studie elektriciteit

"Anticiperen om beter te ageren" (Michel Godet)

Een continue bevoorrading van elektriciteit is onontbeerlijk geworden voor ons dagelijks bestaan. Het opvolgen van de toestand en de vooruitzichten van de markt maakt het mogelijk om tijdig de noodzakelijke maatregelen te treffen om deze bevoorrading te waarborgen. Dat is de doelstelling van de studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading, in het algemeen "de prospectieve studie elektriciteit" (PSE) genaamd.

Wettelijk kader van de prospectieve studie elektriciteit

De PSE wordt geregeld door twee opeenvolgende wetten:

  • de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, art. 3 
  • de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen, art. 160

Voorwerp van de prospectieve studie elektriciteit

De PSE heeft als voorwerp de analyse van de mogelijkheden van het realiseren van het op elkaar afstemmen van het aanbod van en de vraag naar elektriciteit, op lange en middellange termijn, rekening houdend met de noodzaak om:

  • een gepaste diversificatie van de brandstoffen te verzekeren
  • het gebruik van hernieuwbare energiebronnen te bevorderen
  • de milieuverplichtingen die bepaald zijn door de gewesten, te integreren
  • de productietechnologieën met een lage emissie van broeikasgassen te bevorderen

Toepassingen van de prospectieve studie elektriciteit

Vooreerst draagt de PSE bij tot het behoud van de bevoorradingszekerheid van elektriciteit van België. In dit opzicht komt zij tussen in de procedure van offerteaanvraag voor de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie. De minister voor Energie kan hierop beroep doen wanneer de bevoorradingszekerheid niet voldoende wordt gegarandeerd.

Vervolgens biedt de PSE aan de economische actoren en aan de staat een referentiekader voor de definitie van het productiepark van elektriciteit. In dit opzicht komt zij tussen in de toekenningsprocedure van individuele vergunningen voor de bouw van installaties voor elektriciteitsproductie van meer dan 25 MWe.

Uitwerking van de prospectieve studie elektriciteit

Wet van 1 juni 2005

Volgens de wet van 1 juni 2005 wordt de PSE opgesteld door de Algemene Directie Energie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, in samenwerking met het Federaal Planbureau.

Een ontwerp van PSE wordt voor advies voorgelegd aan de transmissienetbeheerder van elektriciteit (momenteel Elia), aan de Interdepartementale Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (ICDO), alsook aan de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG). Het is het voorwerp van overleg met de gewesten voor de materies die onder hun bevoegdheden vallen (hernieuwbare energiebronnen, rationeel energiegebruik, milieuverplichtingen).

De tijdshorizon bedraagt 10 jaar en de periodiciteit 3 jaar.

Wet van 6 mei 2009

De wet van 6 mei 2009 wijzigt enigszins het uitwerkingsproces van de PSE alsook de draagwijdte ervan.

Voortaan worden de transmissienetbeheerder van elektriciteit, de CREG alsook de Nationale Bank van België geraadpleegd in de loop van de uitwerking van het ontwerp van studie en wordt het ontwerp van studie voor advies voorgelegd aan de ICDO en aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB).

De tijdshorizon en de periodiciteit bedragen respectievelijk minstens 10 jaar en 4 jaar.

De prospectieve studie elektriciteit en het milieu

Aangezien de PSE wordt beschouwd als een plan of een programma dat aanzienlijke effecten kan hebben op het milieu, moet ze worden onderworpen aan een milieubeoordeling op grond van de wet van 13 februari 2006 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu.

Deze milieubeoordeling houdt inzonderheid in:

  • de verwezenlijking van een milieueffectenrapport
  • de raadpleging van verschillende instanties (Adviescomité SEA – federaal interdepartementaal comité opgericht krachtens de wet van 13.2.2006; Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling – FRDO, …) en van het publiek
  • het rekening houden met het rapport en de resultaten van de raadplegingen tijdens het opstellen van het plan of programma
  • het opvolgen van de milieugevolgen bij de uitvoering van het plan of programma

De prospectieve studie elektriciteit 2008-2017

Uitwerking

De PSE 2008-2017 werd tussen de herfst 2006 en de herfst 2009 uitgewerkt op grond van de bepalingen van de wet van 1 juni 2005.

Zij heeft aanleiding gegeven tot een milieubeoordeling in overeenstemming met de wet van 13 februari 2006, die geconcretiseerd is in een milieueffectenrapport (PDF, 1.88 MB).

Een ontwerp van PSE 2008-2017 (PDF, 3.03 MB) werd voorgelegd in twee consultatieronden:

  • van januari tot april 2009, op grond van de wet van 1 juni 2005
  • van mei tot september 2009, samen met het milieueffectenrapport, krachtens de wet van 13 februari 2006

Tijdens de eerste consultatieronde hebben volgende instanties hun advies uitgebracht:

Tijdens de tweede consultatieronde hebben de burgers (PDF, 13.11 Kb) zich kunnen uitspreken gedurende een publieksraadpleging die heeft plaatsgevonden van 1 juli tot 28 september 2009 en hebben volgende instanties hun advies gegeven:

Het ontwerp van PSE 2008-2017 werd aangepast op basis van de elementen van het milieueffectenrapport en van de resultaten van de raadplegingen.

Aan het einde van het uitwerkingsproces werd een verklaring (PDF, 41.89 Kb) opgesteld die samenvat hoe rekening is gehouden met de milieuoverwegingen en de resultaten van de milieubeoordeling. Die verklaring is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de Federale portaalsite.

De finale versie van de PSE 2008-2017 (PDF, 1.6 MB) werd, desgevallend samen met de verklaring, bezorgd aan de federale Wetgevende Kamers, de gewestregeringen en de geraadpleegde instanties.

Historisch overzicht

Het kwantitatieve deel van de PSE 2008-2017 werd opgesteld vooraleer de federale regering een beslissing nam inzake de verlenging van de werkingsduur van de kerncentrales Doel 1 & 2 en Tihange 1 die, conform de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie, hun productie zouden moeten stopzetten in 2015. Deze beslissing, genomen in oktober 2009, volgt op een aanbeveling van de GEMIX-expertengroep waarvan de studie (PDF, 10.73 MB) openbaar werd gemaakt op 30 september 2009.

De beslissing van de regering houdt in dat het geheel van de huidige nucleaire capaciteit (5800 MW) operationeel zal blijven tijdens de ganse horizon van de PSE 2008-2017, in plaats van 1800 MW te moeten missen vanaf 2015. Dat heeft dus een impact op verschillende indicatoren bestudeerd in de studie, waaronder de investeringen in nieuwe productiecapaciteit, de energiemix voor elektriciteitsproductie, de CO2-emissies en de grensoverschrijdende stromen.

Binnen de PSE 2008-2017 werden evenwel een aantal alternatieve scenario’s bestudeerd waarvan één zich inschrijft in de logica van het referentiescenario, maar de recente regeringsbeslissing integreert. Het scenario Base_Nuc beschouwt ‘s lands elektriciteitsbevoorrading wanneer het geheel van nucleaire capaciteit beschikbaar blijft tegen de horizon 2020. De resultaten van dit scenario worden in sectie 7.2 van de studie onder de loep genomen.

Nuttige Links

Publicaties

Wetgeving