FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
Stel je vraag via het online webformulier
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Energie
Afdeling Infrastructuur en Controles
North Gate III
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel
Tel.: 02 277 65 79
Fax: 02 277 52 05
E-mail: gas.elec@economie.fgov.be
Uitvoering van de energie-etikettering
Vanuit het oogpunt van energie-efficiëntie is er een minimumrendement vereist voor de energieverbruikende toestellen, zodat toestellen die te veel verbruiken, gemeden kunnen worden.
De energie-etikettering van een reeks toestellen die gecommercialiseerd werden, biedt een mogelijkheid om de meest energieverbruikende toestellen te vermijden, door gebruikers te informeren en te sensibiliseren. De Europese Commissie (EC) volgde deze redenering en publiceerde de richtlijnen dienaangaande.
De vermelding van een label van energie-efficiëntie op bureau-toestellen zoals printers en kopieerapparaten (waarvan sommigen zich ook bij particulieren kunnen bevinden) gaat uit van dezelfde logica. Zij vormt de basis van het “Energy Star”- akkoord tussen Europa en de Verenigde Staten.
De EC publiceerde een kaderrichtlijn over de energie-efficiëntie van de producten. Het betreft kaderrichtlijn 92/75/EEG “energie-etikettering”. Deze kaderrichtlijn werd recentelijk herzien door kaderrichtlijn 2010/30/EU (zie verderop).
De volgende richtlijnen werden uitgebracht in het kader van de kaderrichtlijn 92/75/EEG “energie-etikettering”:
De richtlijnen die de toepassing regelen, vereisen niet dat de toestellen een minimumrendement hebben. De bedoeling is om gebruikers te informeren over het energierendement van het toestel. De richtlijnen bepalen dat deze informatie in de verkooppunten wordt verstrekt met een gestandaardiseerd etiket dat goed zichtbaar is op de toestellen. De aangeduide categorie op het etiket (A+++, A++, A+, A, B, C, …) en de kleur, evenals enkele cijfergegevens op het etiket, verstrekken op duidelijke wijze aan de potentiële koper informatie over de energie-efficiëntie van de toestellen die hem worden aangeboden. Dit is een stimulans voor de aankoop van efficiëntere toestellen.
Behalve het etiket leggen de richtlijnen eveneens een fiche op, met dezelfde vermeldingen als op het etiket en een technische documentatie die het mogelijk maakt om de juistheid van de gegevens op het etiket en de fiche te evalueren. De technische documentatie omvat:
De kaderrichtlijn 92/75/EEG werd herzien onder de referentie 2010/30/EU.
Er zijn reeds 5 gedelegeerde verordeningen verschenen in het raam van deze herziene kaderrichtlijn:
De uitvoeringsrichtlijnen van de oude kaderrichtlijn zijn niet meer van toepassing vanaf de data waarop de nieuwe gedelegeerde verordeningen van toepassing worden.
Dit betekent dat richtlijnen 94/2/EG en 2003/66/EG nietig worden vanaf 30 november 2011, richtlijnen 95/12/EG en 97/17/EG vanaf 20 december 2011 en richtlijn 2002/31/EG vanaf 1 januari 2013.
De nieuwe etiketten zijn verplicht op de nieuwe apparaten die op de markt gebracht worden vanaf:
Bovendien heeft de EC een overeenkomst getekend met de US over elektrische bureautoestellen van het type fax, fotokopieerder, computer, beeldscherm, … die men in bepaalde mate terugvindt bij particulieren. De AD Energie is de bevoegde Belgische overheid voor het Energy Star akkoord en zij neemt deel aan de Europese vergaderingen, als lid van het Bureau Energy Star van de Europese Gemeenschap (BESCE).
Voor deze uitrustingen licht het logo Energy Star de gebruiker in over de conformiteit van het toestel met de rendementseisen inzake energie van het Energy Star akkoord.
De leveranciers die toestellen op de markt brengen die onderworpen zijn aan de energie-etikettering, moeten de etiketten en de fiches leveren en de technische documentatie samenstellen.
De constructeurs, invoerders, verdelers en kleinhandelaars zijn verplicht om de juiste etiketten op de toestellen aan te brengen.
De rol van de overheden bestaat er in de eerste plaats in om te informeren en het systeem te bevorderen zodat de verbruiker een juiste en verantwoordelijke keuze kan maken bij de aankoop van een toestel.
In België wordt die taak hoofdzakelijk uitgevoerd door de gewestelijke overheden. Zij nemen maatregelen (premies, …) die aanzetten tot de aankoop van de meest performante toestellen.
Op het federale niveau stelt de AD Energie de wetteksten op en verifieert de conformiteit van de gegevens die voorkomen op de etiketten en fiches, met de technische dossiers en uitgevoerde maatregelen op de toestellen.
Bovendien, verifieert de AD Controle en Bemiddeling de aanwezigheid, de formele conformiteit en de correcte display van de etiketten bij de verdelers en kleinhandelaars. Hiervoor worden regelmatig campagnes georganiseerd.
Wat verandert er met de inwerkingtreding van kaderrichtlijn 2010/30/EU ?
De nieuwe kaderrichtlijn betreft niet enkel meer de energieverbruikende producten, maar breidt zich uit naar de energiegerelateerde producten (vb. dubbele beglazingen, thermische isolatieproducten).
Het etiket werd volledig hernieuwd door grafische (overal begrijpelijke) symbolen te gebruiken in plaats van teksten in een gegeven taal, en door het bijvoegen van 3 bijkomende klassen A+, A++ et A+++ voor alle toestellen (vroeger konden enkel koelapparaten van klasse A+ of A++ zijn). De kleurenpijlen blijven. Donker groen duidt de meest performante klasse aan. Enkel rood mag meer dan 1 keer voorkomen. De indeling in klassen kan herzien worden wanneer een significant aandeel van de producten op de interne markt in de twee hoogste energie-efficiëntieklassen wordt ingedeeld en wanneer bijkomende besparingen mogelijk worden.
Voorbeeld van etiket voor huishoudelijke afwasmachines:
De Europese wetgeving is in ontwikkeling. De kaderrichtlijn 2005/32/EG “Eco-design” werd herzien in 2009 (referentie van de nieuwe richtlijn: 2009/125/EG)
Ook de kaderrichtlijn 92/75/EEG “Energie-etikettering” werd aldus herzien in 2010.
Zoals vermeld, draagt de nieuwe kaderrichtlijn de referenties 2010/30/EU. Waarom “EU” en niet “EEG” of “EG” ? Omdat ze aansluit op het Verdrag van Lissabon voor de Europese Unie dat op 1 december 2009 in werking getreden is.
De oude richtlijn van 1992 had geleid tot zeer goede resultaten op het gebied van zichtbaarheid en marktverandering in de richting van energiebesparende producten. De tijd wa snochtnas rijp om ze te herzien na 18 jaar van vruchtbare werking. Het was onder meer nodig geworden het etiket te herzien omdat in verschillende gevallen bijna nog enkel apparaten van klasse “A“ op de markt te vinden waren. Het etiket kon dan niet meer zijn voornaamste rol spelen, namelijk aansporen tot het ontwerpen en aankopen van meer performante apparaten.
Bovendien begonnen verordeningen te verschijnen voor verschillende categorieën van energieverbruikende toestellen in het raam van kaderrichtlijn “Eco-design”. De eerste verordeningen gaan over standby en off-mode, eenvoudige set top boxes, huishoudelijke lampen, fluorescentielampen, hogedrukgasontladingslampen, voorschakelapparaten en overeenkomende verlichtingen, externe stroomvoorzieningen, elektromotoren, circulatiepompen, televisies en koelapparaten voor huishoudelijk gebruik. Deze verordeningen voorzien steeds hogere niveaus van energie-efficiëntie en beschrijven de berekeningen en metingmethodes die met deze niveaus overeenstemmen. Zoals reeds het geval was voor de 3 “rendement”-richtlijnen waarin hun oorsprong ligt, stellen zij een actief markttoezicht in om te controleren of de niveaus echt bereikt worden.
Het was dus dringend tijd om de richtlijn “Energie-etikettering” aan te passen om bijkomende uitvoeringsmaatregelen te kunnen toepassen bovenop die van de richtlijn “Eco-design” zonder het oorspronkelijke doel te vergeten: de consument aansporen om de meest performante producten te kopen. Daar waar de “Eco-design”-maatregelen bestemd zijn om de markt te “duwen”, moeten de maatregelen van “Energie-etikettering” de markt naar energiebesparende producten “trekken”.
In het kader van het Europese plan 20-20-20 dat onder meer een vermindering van 20 % van de energieconsumptie tegen 2020 beoogt, werd richtlijn 2005/32/EC ondertussen herzien in de vorm van kaderrichtlijn 2009/125/EG om haar toepassingsgebied uit te breiden naar energiegerelateerde producten zoals dubbele beglazingen of thermische isolatieproducten. Nieuwe verordeningen zijn reeds verschenen in het kader van de nieuwe richtlijn. Zij handelen over huishoudelijke wasmachines, afwasmachines, ventilatoren.
Omdat zij ook in het Europees plan 20-20-20 geïntegreerd is, moest kaderrichtlijn 92/75/EEG tijdens haar herziening ook uitgebreid worden naar energiegerelateerde producten.
Dit alles heeft geleid tot de nieuwe kaderrichtlijn 2010/30/EU “Energie-etikettering” van 19 mei 2010 (verschenen in het Publicatieblad van de Europese Unie van 18 juni 2010). Zij werd omgezet in Belgisch recht bij koninklijk besluit van 13 augustus 2011 verschenen in het Belgisch Staatsblad van 5 september 2011.
Midden 2011 zijn er reeds 5 gedelegeerde verordeningen verschenen die opgesteld zijn in het raam van de nieuwe kaderrichtlijn 2010/30/EU. Een tiental andere gedelegeerde verordeningen zijn in voorbereiding en worden verwacht in de loop van 2012 en 2013.
In het raam van de “Eco-design”-kaderrichtlijn, zijn er inmiddels 12 verordeningen verschenen en er zijn er nog 23 voorzien of in voorbereiding.
De EC ziet erop toe dat er cohesie is tussen de verschillende maatregelen, niet alleen “Eco-design” en “Energie-etikettering”, maar ook het vrijwillige “Eco-label” en het Energy Star akkoord (voor computers en kantoorapparatuur).
Het Energy Star akkoord moet tegen 2012 - met eventuele veranderingen - hernieuwd worden.
Ten slotte voorziet de EC een structuur voor samenwerking tussen de bevoegde administraties van de lidstaten met het oog op de toepassing van kaderrichtlijn 2010/30/EU en haar gedelegeerde verordeningen.